~ Poppenspelers op de Dam ~
![]() Jan Klaassen met zijn Katrijn
|
![]() ~ 1947
In 1893 kreeg Janus Cabalt vergunning om zijn poppenkast te vertonen op de Dam, waar hij tot 1935
speelde met zijn Jan Klaassen en Katrijn. Daarna stonden van Hemert en Roebersen er. En van 1950
tot 1980 speelde Daan Kersbergen, een Cabaltnazaat van moeders kant, met zijn Teatro Cabalzi op de
Dam. Hierna nam Wim Kerkhove der stand over tot het jaar 2000 en toen belde deze Misha Kluft met de
vraag of hij hem op wilde volgen als Poppenspeler van de Dam. In 2008, doordat Misha al langere
tijd ziek was besloot hij, na veel wikken en wegen, er helemaal mee te stoppen. Sinds 2009 zoekt
Wim Kerkhove een nieuwe Poppenspeler van de Dam. (leer veel meer over Jan Klaassen bij Pantijn ~ de Kerkhove Poppenkast van Amsterdam sinds 1976) links ~ Wim Kerkhove kijkt naar poppenkastvoorstelling van de kleine Misha Kluft (1982) |
![]() links ~ Wim Kerkhove; rechts ~ Misha Kluft
De Nederlandse Wikipedia verteld
ons dat Jan Klaassen is met zijn vrouw Katrijn de vaste hoofdpersoon in de verhalen die in de
kast worden opgevoerd. Jan betrekt het publiek vaak bij het spel. Zo zal hij hen vragen op een
bepaald voorwerp te letten en hem te roepen als er wat mee gebeurt. Dat dit fout afloopt staat
bij voorbaat al vast. Toch komen al zijn avonturen tot een goed eind. "Jan Klaassen is een dommig personage met een gouden hart. Hij bracht het zelfs tot romanfiguur in het werk van de schrijver Cor Ria Leeman als een soort kinderversie van Tijl Uilenspiegel. "Volgens het Amsterdams Gemeentearchief zijn de poppenkastfiguren gebaseerd op twee oud inwoners van de Jordaan, Jan Klaassen en Katrijn Pieters. Zij waren in 1686 in de Nieuwe Kerk getrouwd. Catharina woonde in de Tuinstraat, Jan in de Anjelierstraat. Zíj dronk, en híj hield niet van hard werken. Jan Klaassen begon een poppenkast en vermaakte boeren, burgers en buitenlui met de uitbeelding van zijn huwelijksleven waaraan nogal iets ontbrak! Hun huwelijk kende echter zoveel wantoestanden, dat de kerkenraad van de Amsterdamse hervormde gemeente op 21 januari 1706 besloot het stel ter verantwoording te roepen, zoals te lezen staat in de protocollen." (maar toch denken sommigen anders)
Volgens Pantijn zou men kunnen zeggen dat Jan Klaassen familiebanden had met de hoofdpoppen van het
volkspoppentheater van een groot aantal landen van Europa: met Polichinelle, met Don Christoval
Pulichinela uit Spanje en Portugal, met Petroesjka uit Rusland, met Kasperle, Kasper (soms
Putschenelle genoemd) en Kasparek respectievelijk uit Oostenrijk, Duitsland en Tsjechoslowakije
(Tsjechië en Slowakije) en tenslotte met Punch uit Engeland die trouwens ook in Amerika een
dominerende plaats op het poppentoneel innam.
Ondanks alles is het oude ronzebonsie nooit geheel uit het straatbeeld verdwenen. Er bleven spelers
die de traditie in stand hielden. In Utrecht trad nog lang de befaamde familie Hofman op, waarvan
meerdere telgen poppenspelers waren. In Rotterdam stond Gerard Remmerts met zijn kast. Diens zoon,
Gerard jr., volgde hem op en reisde met zijn poppenkast het land door.
kijk ook bij het
poppenspel museum
|




