Home  Albert  News  Purchase  Gallery  Contact  Writings  Links

2015 04 01

      KOPER KIND
 

schelden in Amsterdam ~
je weet dat je beledigd wordt, maar iedereen lacht:

_____________________________________________________________
 

ach mens, krijg een koper kind ~ ken je jesellef rot poetse
_____________________________________________________________

(rood) koper is puur ~ [copper]
geel koper is een zink legering (metaal mengsel) ~ [brass]
brons is een tin legering ~ [bronze]

ik kreeg een nederlandse opleiding voor koperslager

"het rustige slaan van de hamer het wint van de gejaagde tik van tijd"
kijk maar eens naar deze mooie websites over mijn vak of ambacht:
Koperslager
Koper Kunst
en een koperslager van Bijvoet
_____________________________________________________________

De stad Amsterdam

Te Amsterdam spreken de deftige burgers en de aanzienlijken tegenwoordig ook, even als men in alle hollandsche steden doet, modern hollandsch. Maar de geringe burgers en de arbeiders, het eigenlijke volk uitmakende, spreken nog steeds amsterdamsch, ofschoon hun amsterdamsch dan tegenwoordig ook veel minder sterk gekleurd is dan vroeger het geval was.

De oudste Amsterdammers spraken ongetwijfeld friesch, want ze waren echte Friezen. Of de alleroudste Amsterdammers, de lieden, die voor er nog een dam in den Amstel lag, aan de oevers van den Amstel, in de gou Amestelle woonden, daar reeds altijd gevestigd waren geweest, dan of ze wellicht van den anderen kant van 't IJ kwamen, is niet zeker; maar 't is bij mij boven allen twijfel verheven dat de echte Amsterdammers van zuiver frieschen bloede zijn en als zoodanig ook friesch spraken. De geleerde J. ter Gouw is eveneens van dit gevoelen, en heeft in zijn talrijke werken meer dan eens op deze omstandigheid gewezen en zijn denkwijze hieromtrent met bewijzen gestaafd.

Gedurende de eerste opkomst van Amsterdam echter, in de middeleeuwen, toen handel en scheepvaart zich al ras te Amsterdam sterk ontwikkelden, grooten bloei en welvaart aan de stad verleenden en de Amsterdammers daardoor met veel vreemdelingen, (Zuid-) Hollanders, Vlamingen, Brabanders, Bovenlanders, Oosterlingen (bewoners van de oevers der Oostzee) enz. in nauwe aanraking en druk verkeer geraakten, toen ook veel vreemdelingen zich in de stad aan den Amstel vestigden, toen schijnt de friesche taal te Amsterdam al ras verloren gegaan en door het nederduitsch verdrongen geworden te zijn, even als dit in menige andere stad van Noord-Nederland 't geval is geweest. Toch bleef er steeds een sterk friesch bestanddeel in de amsterdamsche volkstaal over, dat er nog heden ten dage niet uit verdwenen is.

Het amsterdamsch van de 14de en 15de eeuw was nog half friesch; dat van de 16de eeuw komt nergens meer mede overeen als met de half friesche, half nederduitsche tongval die men nog heden te Leeuwarden en in de andere friesche steden spreekt. Inderdaad, de amsterdamsche volkstongval van de 16de eeuw en van het begin der 17de, is bijna volkomen gelijk aan het tegenwoordige zoogenoemde stadfriesch; ja, in menig opzicht staat dat oude amsterdamsch nog nader aan het friesch dan de hedendaagsche tongval der friesche steden. Talrijke amsterdamsche schrijvers, vooral dichters en onder dezen voornamelijk de blijspeldichters, geven ons in hun werken proeven van de 16de en 17de eeuwsche amsterdamsche volksspraak. Men sla slechts de werken van den volgeestigen, echt volksaardigen (populairen) Gijsbrand Adriaenszen Bredero op, om, in iederen regel van zijn verzen, talrijke, duidelijke sporen aan te treffen van de friesche taal. Het echte amsterdamsch van die tijden was een krachtigen, kernachtigen, en ook schoonen, geestigen tongval.

In de laatste helft der 17de en in de 18de eeuw begon het amsterdamsch reeds te verwateren en tegenwoordig, in de laatste helft der 19de eeuw spreekt kwalijk de helft der (echte) Amsterdammers nog amsterdamsch. Het drukke verkeer met landgenooten en vreemdelingen, het verbeterde onderwijs en de meerdere leeslust, en boven al de mode, die alles wat oorspronkelijk is of een erfdeel onzer voorouders, verwerpt, heeft van het oude amsterdamsch gemaakt wat het thans is.

Johan Winklers Algemeen Nederduitsch en Friesch dialecticon (1874)
gevonden op het Meertens Instituut
_____________________________________________________________
 

jiddisj en hebreeuws in mokum
~ een kort lijstje in een gek verhaaltje:

door no'sim mirkachelt

van klein mokum naar groot mokum en terug
nou da's een toffe reis

die gozer is goochem
hou hem in de sjoege
's stiekem
hij smoest
staat op ze porem
je krijgt tinnef in je jat

gaat ie uit voor gein
gaat ie an de jajem
(beter dan de majem)
maar 'et maakt 'em besjokke
't schorem komt binne
make heibel
ze jatte alles
toen is ie op ze toges gevalle
der kwam een smeris bij
hij heb lef
maar kapsones
nou zit ie in de bajes

ik wens'm de mazzel
________________________________________________

 

 

 

Herinneringen aan de oude Jodenbuurt
Clara Kohnstamm (1912-2001):
". . . de herinnering die beslissend geweest is,
niet alleen voor mijn kinderjaren maar
eigenlijk voor mijn gehele verdere leven"
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ons Amsterdam Mei 2003
________________________________________________
 

enige typische Amsterdamse uitdrukkingen en woorden
gevonden op infonu.nl